Help mee en geef iedere gesneuvelde een verhaal

Criteria

Voor de selectie van oorlogsslachtoffers die in de eregalerij geplaatst zouden moeten worden, hebben we een aantal criteria opgesteld. Tot de doelgroep van de eregalerij worden de Noord-Brabanders gerekend die:

  1. tijdens de Tweede Wereldoorlog als militair of verzetspleger zijn omgekomen voor de Nederlandse vrijheid;
  2. zijn geëxecuteerd door een vijandelijke mogendheid na feitelijke of vermeende verzetsactiviteiten door derden (inclusief represailleslachtoffers);
  3. zijn omgekomen bij de verdediging van Nederlands-Indië en Nederlands Nieuw-Guinea tegen de Japanse bezetting en tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog;
  4. zijn omgekomen tijdens militaire operaties van de VN en de NAVO.

Kenmerken van de personen die binnen deze doelgroep vallen, zijn:

  • het gaat om een militair, verzetspleger of geëxecuteerde burger;
  • de militair, verzetspleger of geëxecuteerde burger was betrokken bij oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog, de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog, of bij de militaire operaties van de VN en NAVO;
  • de betreffende persoon was geboren en/of woonachtig in een (op dat moment) Noord-Brabantse plaats. De laatst bekende woonplaats hoeft overigens niet in Noord-Brabant te liggen;
  • de betreffende persoon is gesneuveld (militair) of omgebracht (verzetspleger of geëxecuteerde burger);
  • de betreffende persoon is overleden aan de gevolgen van een ongeval of ziekte, opgelopen tijdens uitoefening van de (militaire) functie in een oorlogssituatie of tijdens verzetsactiviteiten;
  • de betreffende persoon (militair of verzetspleger) is overleden aan de gevolgen van verblijf in een concentratie- of interneringskamp.

In principe vallen de volgende groepen slachtoffers buiten de criteria van de eregalerij:

  • burgerslachtoffers, voor zover zij niet zijn geëxecuteerd (bijvoorbeeld slachtoffers van bombardementen);
  • slachtoffers van de Holocaust/Shoah, voor zover het geen militairen of verzetsplegers waren;
  • niet-militaire slachtoffers van dwangarbeid (bijvoorbeeld slachtoffers van de Arbeitseinsatz);
  • niet-Brabanders die in de provincie zijn omgekomen. Het gaat hierbij om de Nederlanders die niet geboren én nooit woonachtig waren in een Noord-Brabantse gemeente;
  • buitenlandse militairen die in Noord-Brabant zijn gesneuveld (bijvoorbeeld geallieerde soldaten);
  • militairen die zijn overleden buiten een oorlogssituatie (bijvoorbeeld slachtoffers van de Herculesramp);
  • militairen die vanwege desertie zijn geëxecuteerd;
  • (oud)-soldaten en (oud)-verzetsstrijders die na de oorlog zijn overleden als gevolg van een natuurlijke doodsoorzaak, of een oorzaak die geen direct verband houdt met oorlogshandelingen.

Voor de volledigheid geven we hier ook de groepen die categorisch zijn uitgesloten:

  • militairen in vijandelijke krijgsdienst, ongeacht de aard van het dienstverband (vrijwillig of gedwongen);
  • burgers (Nederlands en niet-Nederlands) die in het belang van een vijandelijke mogendheid hebben gehandeld.

De begeleidingscommissie van het project behoudt zich het recht voor om in uitzonderlijke gevallen van de hier gestelde criteria af te wijken.

Versie: juni 2018