J.A.H.M. Poulus (bron: Oorlogsgravenstichting)

Koos Poulus

1926 - 1948

Koos wordt geboren op 12 mei 1926 in Dinteloord als jongste in een gezin van zeven kinderen. Als dienstplichtige komt hij in 1947 op voor militaire dienst en wordt als soldaat ingedeeld bij het in Arnhem opgerichte 4e Bataljon Garde Regiment Prinses Irene. Het ligt in de bedoeling dat Koos na zijn diensttijd het schildersbedrijf van zijn vader overneemt.

Vanwege het losgebarsten revolutionaire geweld van de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd wordt Koos voor de vervulling van zijn dienstverband naar Nederlands-Indië gezonden, om daar bij te dragen aan het herstel van de rust en het Nederlandse gezag. Na enkele maanden opleiding vertrekt hij in juni 1947 met de Tabinta naar de Oost, waar hij een maand later aan land gaat in Semarang.

Tijdens zijn verblijf in Indië onderhoudt Koos veelvuldig contact met thuis. Hij heeft het goed naar zijn zin in Indië. Als chauffeur van een carrier maakt hij veelvuldig rondes door de natuur waarvan hij diep onder de indruk is. In tegenstelling tot veel van zijn kameraden kan Koos ook het Indische eten erg waarderen. Over zijn medesoldaten is Koos vol lof. Zijn brieven gaan regelmatig vergezeld van negatieven met het verzoek de foto’s voor hem en zijn kameraden terug te sturen.

Tijdens de Eerste Politionele Actie van 24 juli tot 4 augustus 1947 is Koos met zijn eenheid betrokken bij felle gevechten en de bezetting van verschillende plaatsen ten oosten van Semarang. Na afloop van de Actie wordt hij in dit gebied gestationeerd voor patrouille- en bewakingsdienst. Vanaf 13 september dient Koos in het buitengebied van Soerabaja. Hier blijft zijn bataljon het grootste deel van 1948 gelegerd. Tijdens de Tweede Politionele Actie die op 19 december 1948 begint, rukt Koos op richting Blitar dat vanaf dat moment aan zijn eenheid wordt toegewezen voor bewaking. Op 25 december, Eerste Kerstdag, trekt het bataljon verder richting Kediri. Rond drie uur in de middag staat de colonne opgesteld om de stad binnen te rijden. Met drie kameraden zit Koos dan in een carrier in de colonne, met voor hem enkele tanks en gevechtswagens en achter hem nog een carrier. Aan de rand van de stad slaat de colonne linksaf. De carrier van Koos neemt de bocht langzaam en staat een moment stil. Onmiddellijk daarop volgt een enorme knal; de carrier is op een mijn gereden en Koos wordt door de explosie de wagen uitgeslingerd. De andere inzittenden zijn ongedeerd. Onmiddellijk daarop wordt de colonne onder vuur genomen.

Eerste luitenant Van der Kun, commandant van Koos, weet hem te bereiken en ziet dat hij bewusteloos en gewond is. Een hospitaalsoldaat brengt de meest dringende verbanden aan, waarna Koos wordt opgehaald door een Rode Kruiswagen. Het gaat zo slecht met Koos dat een aalmoezenier wordt gezocht, maar omdat die niet aanwezig is, bidt de brigadedominee hem de oefening van berouw voor. Onmiddellijk wordt Koos naar Kediri vervoerd, maar onderweg is hij rond vier uur zonder nog bij kennis te komen overleden. Eenmaal in Kediri wordt hem door pater Bijloos, aalmoezenier van de Grenadiers, het Heilige Oliesel toegediend.

Koos is 22 jaar geworden en wordt de dag erop, Tweede Kerstdag, in aanwezigheid van zijn hele peloton begraven. Hij vindt zijn laatste rustplaats op het Nederlands ereveld Kembang Kuning in Surabaya.

Meer
Meer

Steek een kaarsje op

Meer

Reactie toevoegen

Beperkte HTML

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.

*Deze velden zijn niet verplicht en worden ook niet zichtbaar op deze website. Wij gaan vertrouwelijk om met uw e-mailadres en telefoonnummer.