André de Normandie s'Jacob

1921 - 1945

André wordt geboren op 8 september 1921 op Landgoed Staverden in Ermelo, als zoon van Herman s’Jacob en Elizabeth van der Leeuw. André is telg van het patriciërsgeslacht s’Jacob; zijn vader is grootgrondbezitter, zijn grootvader de burgemeester van Rotterdam en zijn overgrootvader was gouverneur-generaal van Nederlands-Indië. Sinds 1925 laat de familie zich per Koninklijk Besluit ‘De Normandie s’Jacob’ noemen.

Nadat André in 1940 zijn HBS-diploma heeft gehaald, gaat hij studeren. Zodra hij geconfronteerd wordt met de loyaliteitsverklaring, duikt hij onder in Dussen, waar hij algauw betrokken raakt bij het lokale verzet.

In het voorjaar van 1944 worden in Den Haag plannen gemaakt door de knokploeg van Peter van der Smit uit Schiedam voor een wapendropping, eerst in Voorthuizen, daarna in Helvoirt. Peters contact, die aan wapens kan komen, is echter een verrader die de Sicherheitsdienst (SD) op de hoogte houdt van de gemaakte plannen. Peter heeft ondertussen contact gezocht met het verzet in het Land van Heusden en Altena om assistentie bij de wapendropping. André en vijf anderen melden zich als vrijwilliger om hulp te verlenen.

Op 15 juni 1944, op de tijd en plaats van de afgesproken wapendropping, staat de SD de nietsvermoedende verzetsplegers op te wachten. Vrijwel de gehele KP-Peter en alle verzetsstrijders uit het Land van Heusden en Altena, dertien man in totaal, worden gearresteerd en naar kamp Vught gebracht. Op 29 juli 1944 worden ze op André na allemaal gefusilleerd.

André zelf wordt met de evacuatie van het kamp op 5 september (‘Dolle Dinsdag’) met mannelijke kampgevangenen naar Sachsenhausen getransporteerd. Een maand later volgt transport naar concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg, waar hij als dwangarbeider aan het werk wordt gezet in het buitenkamp in het stadsdeel Hamburg-Hammerbrook, ondergebracht in een verlaten fabriekscomplex aan de Spaldingstrasse. Dit is een van de weinige gebouwen die het grote brandbombardement hebben doorstaan.

Ruim een jaar eerder, in de nacht van 27 op 28 juli 1943, had Operatie Gomorra plaatsgevonden; de Britse luchtmacht wierp ruim 9000 ton aan brisant- en brandbommen op Hamburg. In de vuurstorm vonden 42.000 mensen de dood en werd de stad voor meer dan de helft weggevaagd. Omdat de meeste Duitse mannen aan het front dienen, worden gevangenen uit Neuengamme na het bombardement ingezet voor het ruimen van puin, het vrijmaken van de straten en het onschadelijk maken van onontplofte granaten. Door de slechte voeding en mishandelingen verzwakken de gevangenen snel, wat de kans op ongelukken bij het gevaarlijke werk zeer groot maakt. In de zes maanden dat het buitenkamp heeft bestaan, komen 800 van de 2000 gevangenen om het leven en is daarmee niet alleen het grootste, maar ook het dodelijkste van de buitenkampen van Neuengamme.

André is een van de slachtoffers van de ontberingen. Hij bezwijkt op 6 februari 1945 aan de gevolgen van ondervoeding, uitputting en onderkoeling in Hamburg. André is 23 jaar geworden en wordt thuis op landgoed Staverden herdacht.

Meer
Meer

Steek een kaarsje op

Meer

Reacties

Reactie toevoegen

Beperkte HTML

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.

*Deze velden zijn niet verplicht en worden ook niet zichtbaar op deze website. Wij gaan vertrouwelijk om met uw e-mailadres en telefoonnummer.