Jan wordt geboren op 19 april 1918 in Breda als vijfde van de twaalf kinderen van August Neijens en Augusta van Iersel. Sinds 1936 werkt Jan als bedrijfsleider bij de Kwatta-chocoladefabriek in Breda, naast zijn vader die van 1910 tot 1922 bedrijfsleider was en sindsdien als adjunct-directeur is aangebleven.
Tijdens de Duitse bezetting is Jan actief voor de ondergrondse. Voor een inlichtingengroep van de Nederlandse regering in Londen verzamelt hij onder andere informatie over de Duitse verdedigingswerken in de omgeving van Breda. Hij wordt in juni 1944 echter verraden en in de val gelokt. Via een anoniem telefoontje wordt hij opgedragen zich te melden bij een woonhuis in Den Haag. Als hij daar aankomt, wordt hij ter plekke gearresteerd door de Duitse politie. Voor drie weken wordt hij vastgezet in het Huis van Bewaring in Scheveningen, bekend als het ‘Oranjehotel’. Op 12 juli wordt hij binnengebracht in Kamp Vught.
Op 5 september 1944 (‘Dolle Dinsdag’) is de SS overgegaan tot de evacuatie van het kamp, in verband met de naderende geallieerde troepenmacht. Samen met de mannelijke gevangenen wordt Jan op transport gezet naar Sachsenhausen ten noorden van Berlijn. Daarna wordt hij doorgezonden naar Aurich bij Emden, waar de gevangenen zelf een kamp moeten inrichten. Op 16 oktober wordt Jan doorgezonden naar concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg, waar hij onder erbarmelijke omstandigheden zware dwangarbeid moet verrichten.
Later wordt Jan tewerkgesteld in het buitenkamp Dessauer Ufer, in het Hamburgse stadsdeel Veddel. Vandaaruit wordt Jan met 2000 gevangenen aan het werk gezet om verspreid over de stad puin te ruimen en oorlogsschade te herstellen. In het kader van het Geilenbergprogramm, gericht op het herstel van de Duitse petroleumproductie, wordt Jan daarnaast ingezet bij de waterwerken, brouwerijen, de petroleumfabrieken en langs het spoor. Het uitputtende werk vindt plaats onder scherp toezicht van de SS.
De precieze oorzaak en omstandigheden van Jans dood zijn onbekend. Op 16 februari 1945 wordt Jan volgens J.M. Winkelmolen, een bevriende medegevangene, in zwakke toestand naar de ziekenvleugel gebracht. De volgende dag is hij overleden. Zijn sterfdatum is echter foutief vastgesteld op de 12e. Winkelmolen zou na de bevrijding stellen dat Jan niet door ziekte is omgekomen, hoewel de slechte behandeling, ondervoeding en uitputting hun tol hebben geëist. Hij sluit niet uit dat Jan mogelijk is vermoord na een ruzie met een handlanger van de Kapo’s.
Jan is 26 jaar geworden en vindt zijn laatste rustplaats op het Nederlands ereveld Hamburg-Ohlsdorf.
Reacties
De naam van Jan Neij(y)ens wordt vermeld op een gedenkplaat/plaquette. Zie hiervoor Piet van der Wegen.
Reactie toevoegen