Petrus wordt geboren op 25 september 1906 in Halsteren en woont in Breda, waar hij districtsbestuurder is van het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV), een vakbondscentrale van de socialistische zuil. Vanwege zijn linkse oriëntatie behoort Petrus tot de principiële politieke tegenstanders van het naziregime en als zodanig wordt hij tijdens de Duitse bezetting gearresteerd door de Gestapo.
Op 4 maart 1942 wordt Petrus binnengebracht in Kamp Vught, waar hij tot 5 september 1944 (‘Dolle Dinsdag’) blijft. Vanwege de verwachte komst van de geallieerde legers, worden de gevangenen geëvacueerd van Vught naar Sachsenhausen en vandaar verspreid over de Duitse concentratiekampen. Petrus komt zo terecht in Mittelbau-Dora bij Nordhausen, een zelfstandig geworden buitenkamp van Buchenwald. Als dwangarbeider wordt hij daar ingezet bij het uitgraven van tunnels voor de onderaardse wapenfabrieken. Ook wordt hij betrokken bij de productie van wapens en munitie in diezelfde installaties.
Voor de gevangenen betekenen het lange dagen van extreem zwaar werk onder de grond. Net als in de andere kampen schieten huisvesting en voeding ernstig tekort en lopen de gevangenen in hun verzwakte toestand risico zware ongelukken te maken. Ondertussen staan ze bloot aan voortdurende mishandelingen door de bewakers, die gewelddadig optreden als het werk niet hard genoeg opschiet, of bij verdenking van sabotage. Even zo vaak zijn de dwangarbeiders slachtoffer van willekeur en sadisme.
Ook voor Petrus worden de ontberingen uiteindelijk te veel. Hij bezwijkt op 5 maart 1945 in het kamp op 38-jarige leeftijd.
Reacties
Bijgaand de link naar het verhaal van dit oorlogsslachtoffers:
https://oorlogsgravenstichting.nl/persoon/158868/petrus-adrianus-veraart
Reactie toevoegen