Graf van Augustinus van de Ven (bron: C. van de Ven)

Augustinus van de Ven

1905 - 1943

Augustinus wordt geboren op 1 mei 1905 in Vlijmen als zoon van Harrie van de Ven en Cato van Susante. In augustus 1925 reist hij aan boord van S.S. Vondel af naar Nederlands-Indië, waar hij wordt hij aangesteld als ‘kandidaat-gezaghebber van het Binnenlands Bestuur’ bij het Bataviaasch Nieuwsblad. Vermoedelijk wordt hiermee bedoeld dat Augustinus wordt opgeleid tot journalist en redacteur. Op 27 mei 1926 trouwt hij in ’s-Hertogenbosch bij volmacht met Jacoba Evers; voor de huwelijksplechtigheid treedt zijn neef Cornelis van de Ven uit Vlijmen op als gevolmachtigde. Twee maanden later heeft Jacoba zich bij haar man in Batavia gevoegd. Samen krijgen ze twee dochters, maar het huwelijk wordt in 1934 ontbonden, waarna Jacoba de voogdij krijgt over haar kinderen.

Op 8 december 1941, een dag na de aanval op Pearl Harbor, verklaart Nederland in reactie daarop Japan de oorlog. De Japanners grijpen dit aan om Nederlands-Indië direct binnen te vallen. Een verrassing is dit niet. Vanwege zijn natuurlijke oliebronnen en geostrategische ligging hebben de Japanners de verovering van de Nederlandse kolonie al langer voor ogen als een van hun belangrijkste doelen om Oost-Azië te kunnen overheersen. Augustinus heeft zich eerder als vrijwilliger gemeld bij de landstorm, waar hij als soldaat is ingedeeld bij de kustartillerie van Tandjong Priok bij Batavia. Met het begin van de Japanse inval is Augustinus als dienstplichtige bij het KNIL ingelijfd en wordt hij ingezet voor de verdediging van de kolonie.

Na een veldtocht van drie maanden hebben de Japanners de belangrijkste strategische punten van de archipel ingenomen en zijn op Java geland. Het KNIL, onvoldoende uitgerust en ernstig gehinderd door besluiteloosheid aan de top, maakt geen schijn van kans en capituleert op 8 maart 1942 in Bandoeng. Augustinus wordt diezelfde dag in de naburige garnizoensstad Tjimahi krijgsgevangen genomen en later afgevoerd naar de kampen. Samen met duizenden andere Nederlandse krijgsgevangen militairen wordt hij naar het vasteland van Zuidoost-Azië gedeporteerd, waar hij als dwangarbeider wordt ingezet bij de aanleg van de Birma-spoorlijn. Augustinus legt een lijdensweg af van ruim 2700 kilometer, afwisselend in gesloten treinen, per schip, per vrachtwagen en te voet. Aan het spoor komt hij uiteindelijk terecht in het Thaise kamp Rintin, op 181 kilometer van het oostelijke einde van de spoorlijn.

Rintin staat wegens het hoge sterftecijfer bekend als ‘dodenkamp’; het ligt twintig kilometer ten noorden van Hellfire Pass en is een van de beruchtste kampen langs het spoor door de zeer slechte leefomstandigheden die er heersen en vanwege de lange dagen van extreem zwaar werk die de gevangenen er moeten maken. Werkdagen van meer dan tien uur komen steeds vaker voor. Ondertussen ontbeert het de gevangenen aan vrijwel alles. De voeding schiet schromelijk tekort, er zijn geen medicijnen voorhanden en de hygiëne is er zeer slecht. Gevangenen op doortocht naar andere kampen zorgen voor de regelmatige uitbraak van ziektes.

In mei 1943 wordt het kamp, na drie maanden in gebruik te zijn geweest, vanwege een ernstige dysenterie-uitbraak gesloten. Augustinus, dan al ernstig verzwakt en uitgeput door de geleden ontberingen, is een van de eerste slachtoffers. Hij bezwijkt op 1 mei 1943 op 37-jarige leeftijd in Rintin en vindt zijn laatste rustplaats op de oorlogsbegraafplaats in het Thaise Kanchanaburi.

Meer
Meer

Steek een kaarsje op

Meer

Reactie toevoegen

Beperkte HTML

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.

*Deze velden zijn niet verplicht en worden ook niet zichtbaar op deze website. Wij gaan vertrouwelijk om met uw e-mailadres en telefoonnummer.