Johannes van den Berg (bron: Heemkundekring De Honderd Hoeven)

Jan van den Berg

1914 - 1942

Jan wordt op 10 december 1914 geboren in Hoeven als zoon van Cornelius van den Berg en Maria Broos. Hij meldt zich voor dienst bij het KNIL in Nijmegen en wordt in maart 1938 geschikt verklaard voor uitzending naar de Oost. Binnen een maand vertrekt hij aan boord van M.S. Sibajak naar Nederlands-Indië; aan boord bevinden zich dan ook plaatsgenoten Leen van Dijk en Rien Schouw. Na aankomst wordt Jan doorgezonden naar Bandoeng voor verdere opleiding en behaalt de rang van brigadier (Europees korporaal) bij de vechtwagens.

Op 8 december 1941, een dag na de aanval op Pearl Harbor, verklaart de Nederlandse regering vanuit Londen Japan de oorlog. De Japanners grijpen dit aan om Nederlands-Indië direct binnen te vallen. Vanwege zijn natuurlijke oliebronnen en geostrategische ligging is de verovering van de Nederlandse kolonie voor de Japanners een van de belangrijkste doelen om Oost-Azië te kunnen overheersen. Tegen deze achtergrond wordt Jan ingezet bij de verdediging van Java.

Na een veldtocht van drie maanden hebben de Japanners de belangrijkste strategische punten in de archipel veroverd. Het KNIL, slecht voorbereid en uitgerust en ernstig gehinderd door besluiteloosheid aan de top, biedt sporadisch nog heftige tegenstand, maar is niet opgewassen tegen de superieure Japanse vuurkracht. Op 8 maart 1942 wordt het KNIL in Bandoeng gedwongen tot overgave. Diezelfde dag wordt Jan krijgsgevangen genomen in Tjiandjoer. Samen met duizenden andere Nederlandse militairen wordt hij vervolgens afgevoerd naar de Javaanse kampen.

Op 16 oktober van dat jaar wordt Jan met ongeveer 1700 Nederlandse krijgsgevangenen, waaronder 500 reserveofficieren, aan boord van de Tacoma Maru vanuit Tandjong Priok naar Rangoon in Birma getransporteerd, waar ze als dwangarbeider zouden worden ingezet bij de aanleg van de Birma-spoorlijn.

De gevangenen zitten er in overvolle ruimten bij elkaar; de volgende dag breekt aan boord bacillaire dysenterie uit die zich zeer snel verspreid. Op 19 oktober bereikt het schip de rede van Singapore, waar 63 ernstig zieken aan wal gebracht worden. De overige krijgsgevangenen blijven aan boord. Vijf dagen later vertrekt het schip en vaart langs de kust van Malakka in een konvooi van zes schepen. Onderweg wordt het konvooi door twee geallieerde onderzeeërs aangevallen, waarna het schip een week lang blijft liggen in de veilige haven Pinang. Vanwege de extreme hitte in het ruim worden de ernstig zieken aan dek gelegd. Er worden echter geen medicijnen beschikbaar gesteld, zodat de dysenterie zich blijft uitbreiden.

Op 2 november begint de overtocht naar Rangoon in Birma. In dat laatste gedeelte bezwijken nog eens 12 gevangenen aan de ziekte en de slechte omstandigheden aan boord. Onder hen bevindt zich Jan die een zeemansgraf heeft gekregen in de Golf van Martaban. Hij is 27 jaar geworden.

Meer
Meer

Steek een kaarsje op

+opsteken
Meer

Reactie toevoegen

Beperkte HTML

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.

*Deze velden zijn niet verplicht en worden ook niet zichtbaar op deze website. Wij gaan vertrouwelijk om met uw e-mailadres en telefoonnummer.