M.J.F.B. van der Heijden (bron: Werkgroep heemkunde Esbeek)

Marcel van der Heijden

1915 - 1945

Marcel wordt geboren op 8 januari 1915 in het Belgische Hoogstraten als een van de zes kinderen van Elisa Peeters en Jos van der Heijden, eigenaar van de sigarenfabriek Hertog Hendrik aan de Diessenseweg in Hilvarenbeek. Net als zijn vader en broers Staf en Eugène is Marcel tijdens de Duitse bezetting actief in het verzet. Samen met marechaussee Karst Smit is door Eugène een netwerk opgezet om joodse onderduikers, ontsnapte Franse krijgsgevangenen en neergestorte geallieerde piloten te helpen met onderduiken. Een grote groep mensen uit Hilvarenbeek, Esbeek en de verdere omgeving biedt ondersteuning door informatie door te geven en voedselbonnen te bemachtigen voor de onderduikers.

Omdat het aantal onderduikers met het verstrijken van de jaren toeneemt, neemt ook het risico toe ontdekt te worden door de Duitsers. Daarom wordt de schuilplaats voor de onderduikers bij de familie Van der Heijden verplaatst naar de bossen van Landgoed De Utrecht in Esbeek, waar vijf studenten uit Wageningen, onder wie Jan van Dongen, Jan de Konink en Jan Oudemans, in een schuilhut verborgen zitten achter de boerderij van De Bruijn (tegenwoordig herberg In den Bockenreyder). Van hieruit wordt in 1943 de pilotenhulplijn gestart waarover de neergestorte piloten met vals paspoorten van Nederland via Brussel naar Parijs worden gebracht.

Op 14 november 1943 wordt de 22-jarige bommenrichter Tom Applewhite, drie dagen eerder bij Heusden neergestort, via de familie Van der Heijden naar de schuilplaats gebracht. De volgende dag al wordt hij door Eugène vermomd naar Brussel begeleid. Toms kompaan boordschutter Malavasi komt dan net diezelfde dag aan op de schuilplaats, maar er is te weinig tijd voor Tom om hem in de schuilplaats op te wachten, dus zou Malavasi hem later met de begeleider Willem Schmidt in Brussel treffen. De studenten in de schuilplaats zijn het er niet mee eens dat Willem de schuilplaats zou zien, omdat hij bij arrestatie hun plaats zou kunnen verraden. Niettemin haalt Willem Malavasi bij de schuilplaats op en vertrekken samen naar België.

Terwijl ze later die 15e november in Turnhout op de tram wachten, worden ze overvallen door noodweer en gaan schuilen in een café dat vol Duitsers blijkt te zitten. Malavasi trekt vanwege zijn Zuid-Europese uiterlijk onmiddellijk de aandacht en de twee worden ter plekke gearresteerd. Als ze later onder bewaking aankomen in Brussel, worden ze opgewacht door twee Nederlandse, in België wonende vrouwen die Schmidt herkennen, maar een van de Duitse agenten voor de gevluchte vliegenier houden. Ook de vrouwen worden ter plekke gearresteerd; het duurt niet lang voordat Schmidt zijn contacten met de hulplijn toegeeft en een golf van arrestaties wordt verricht onder alle betrokkenen (Tom is inmiddels verder doorgereisd en zou uit handen van de Duitsers blijven).

Op 18 november wordt de schuilplaats in de bossen van De Utrecht ontdekt. Bij de familie Van der Heijden worden vader Jos en zijn zoons Marcel en Staf gearresteerd; ook Sjef wordt in Tilburg gearresteerd, maar kort daarna vrijgelaten. Eugène duikt onder in Wanroij en blijft net als Willy uit handen van de Duitsers. Moeder Elisa wordt met haar twee dochters uit huis gezet, maar vindt onderdak bij de familie Smolders aan de Diessenseweg.

Staf en Marcel worden aanvankelijk gevangengezet in de SD-Polizeigefängnis Haaren en via kamp Vught naar de Duitse concentratiekampen gebracht. Staf wordt achtereenvolgens naar Sachsenhausen en Neuengamme afgevoerd, waar hij terechtkomt in het buitenkamp van Farge. Het is een van de grotere buitenkampen van Neuengamme, gebouwd op de plaats van een brandopslagplaats van de marine; sommige gevangenen worden ondergebracht in de grote, lege, ondergrondse brandstoftank en als dwangarbeider ingezet bij de bouw van de U-boot bunker Valentin. De gevangenen zijn er onderworpen aan een meedogenloos regime van uitputtend, extreem zwaar werk. Ondanks ernstige ondervoeding en verzwakking, moeten de gevangenen er werkdagen van 12 uur of langer maken, terwijl ze blootstaan aan mishandeling en onderkoeling. Het leidt ertoe dat in de anderhalf jaar dat het kamp heeft bestaan, van de herfst van 1943 tot voorjaar 1945 mogelijk 6000 slachtoffers zijn gevallen. Ook voor Marcel wordt de onmenselijke behandeling uiteindelijk te veel. Hij bezwijkt in het kamp ergens tussen 2 en 24 april 1945, mogelijk in Farge zelf, of tijdens de dodenmars na de evacuatie op 10 april. Marcel is 30 jaar geworden.

Meer
Meer

Steek een kaarsje op

Meer

Reactie toevoegen

Beperkte HTML

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.

*Deze velden zijn niet verplicht en worden ook niet zichtbaar op deze website. Wij gaan vertrouwelijk om met uw e-mailadres en telefoonnummer.